|
|
Sint Georgius

de
Trofee-Drager, de Heilige en Groot-Martelaar
|
23 april Wanneer deze naamdag valt in de
vastentijd voor Pasen, dan wordt deze verplaatst naar de
tweede dag na Pasen. |
|
Georgius is geboren in Cappadocia, uit rijke en
getalenteerde ouders. Zijn vader was afkomstig uit Cappadocia en zijn moeder
uit Palestina. Zijn vader leed voor Christus en zijn moeder ging terug naar
Palestina. Toen Georgius opgroeide ging hij in het leger, waar hij, in dienst
van keizer Diocletan, op tweeëntwintigjarige leeftijd de rang van tribunaal
of chiliarch (commandant van duizend troepen) behaalde. Hij was geducht in de
strijd en geëerd om zijn moed. Toen keizer Diocletian een gruwelijke vervolging van de
Christenen startte, presenteerde St. George zich publiekelijk aan de keizer
en bekende moedig dat hij een Christen was. Toen
dreigementen en beloftes hem niet van zijn bekentenis tot God af konden
brengen, gooide de keizer Georgius in de gevangenis en onderwierp hem aan
ongekende martelingen. Zo liet hij zijn voeten afklemmen en een zware steen op
zijn borst plaatsen. Daarna beval de keizer Georgius onder een wiel met lange spijkers vast te binden en hij werd rondgedraaid tot zijn lichaam één grote bloedende wond was. Vervolgens begroeven ze hem in een kuil met alleen zijn
hoofd boven de grond en lieten hem daar drie dagen en nachten. Toen gaf een
magiër Georgius een dodelijk gif te drinken. Tijdens al deze martelingen bad Georgius voortdurend tot
God, die hem ter plekke genas en van de dood redde, tot grote verbijstering
van het volk. Door de wonderbaarlijke tekenen die plaatsvonden tijdens zijn strijd, zoals het door gebed tot leven wekken van een dode man, leidde hij velen naar het geloof in Christus, waaronder Koningin Alexandra, vrouw van de keizer, de heidense hoofdpriester en de boeren Glycerius, Valerius, Donatus en Therinus. Uiteindelijk beval de keizer zijn vrouw en Georgius te
onthoofden. De gezegende Alexandra stierf op het schavot vóór zij onthoofd
werd. Er zijn verschillende berichten over het jaar waarin
Georgius in Nicomedia onthoofd werd (296 of 303 A.D.). Zijn heilige overblijfselen zijn door een dienaar
meegenomen van Nicomedia naar Palestina, naar de stad Lydda in het thuisland
van zijn moeder, en zijn uiteindelijk verplaatst naar de kerk die in zijn
naam is opgericht. De wonderen die daar sindsdien plaats hebben gevonden zijn
ontelbaar. Tot op de dag van vandaag zijn zijn verschijningen talrijk, hetzij
in dromen, hetzij openlijk, aan hen die hem eren of aanroepen. (De translatie van zijn heilige relieken naar de kerk in Lydda wordt herdacht op 3 november; St. Alexandra de Koningin op 21 april). |
bravenet.com