|
|
Sint Panteleimon

de
Al-Genadige, Genezer en Groot-Martelaar
|
27 juli |
|
Panteleimon (zijn echte naam was Pantoleonta of Pantoleon,
wat “in alles een leeuw” betekent) is geboren rond 284 A.D. in de stad
Nicodemia. Zijn vader, Evstorgios (Eustorgios), was een afgodsaanbidder, maar
zijn moeder Evoulis (Eubula) was een overtuigd christin. Zij gaf Pantoleonta
een christelijke opvoeding, maar zij stierf toen haar zoon nog erg jong was. Aanvankelijk werd Pantoleonta in het inheems onderwezen,
later in het Grieks. Zijn vader liet hem studeren bij de beroemde geneesheer
Evfrosinos. Al snel overtrof hij de andere leerlingen. Hij was knap, praatte
zacht, was nederig, en iedereen die met hem sprak voelde zich gelukkig en
vredig. Hij werd al snel erg bekend in Nicodemia. Toen hij op een dag met
Evfrosinos op het paleis kennis maakte met de toenmalige heerser Maximian,
droeg deze Evfrosinos op om Pantoleonta de beste opleiding te geven, zodat
hij de jongeman later tot koninklijk geneesheer kon benoemen. In die tijd leefde Sint Ermolaos (Hermolaus, 26 juli),
hoofd van de Kerk in Nicodemia, samen in een huis met andere christenen. Hij
zag Pantoleonta dagelijks naar zijn leermeester gaan en zag dat dit een mens
vol onschuld was. Op een dag vroeg Ermolaos hem naar zijn religie.
Pantoleonta antwoordde: “Toen mijn moeder nog leefde, werd ik in het
christendom onderwezen. Toen zij stierf, moest ik van mijn vader de heidenen
volgen en nu probeert hij mij te overtuigen om in het paleis te gaan werken.”
Ermolaos zei hem dat hij, als hij met heel zijn hart in
Christus geloofde, hij in staat zou zijn om iedereen te genezen met Zijn
hulp. Vanaf deze dag ging Pantoleonta geregeld naar Ermolaos voor advies en
begon Christus met heel zijn ziel te accepteren. Op een dag, toen Pantoleonta terugkwam van school, zag hij
het lichaam van een gestorven kind, dat was gebeten door een adder, in de
straat liggen. Hij bad tot God om het kind te laten opstaan en de adder te
doden en God verhoorde zijn gebeden. Vanaf dat moment was Pantoleonta een
overtuigd en toegewijd christen. Hij rende onmiddellijk naar Ermolaos om zich
te laten dopen, kreeg de Heilige Communie en instructies in de Sacramenten
van de Heilige Kerk. Zeven dagen lang bleef hij bij deze heilige man tot hij
volledig op de hoogte was van de leerstellingen en gebruiken van de Kerk. Op
de achtste dag ging hij terug naar huis, waar hij zijn vader vertelde, dat
hij al die tijd met zijn leraar Evfrosinos op het paleis was geweest om een
patiënt te genezen. Tegen Evfrosinos zei hij dat zijn vader hem een groot
stuk land had gegeven en dat hij iemand had moeten zoeken om het voor hem te
bewerken. Tegelijk vertelde hij zijn vader dat hij genezen was van
zijn zonden en tegen Evfrosinos dat hij het Hemelse Koninkrijk had geërfd. Al snel was Pantoleonta bezig zijn vader te bekeren tot
het christendom. Hij vroeg hem: “Hoe komt het dat, als de goden zittend
afgebeeld worden, ze nooit meer omhoog komen?” Evstorgios wist geen antwoord,
begon te twijfelen en bracht minder offers aan de goden dan vroeger. Daarop
besloot Pantoleonta zijn inspanningen om zijn vader te bekeren te vergroten. Op een dag kwam een blinde man, een afgodsaanbidder, naar het huis van zijn vader, en vroeg
Pantoleonta hem zijn gezichtsvermogen terug te geven. Deze antwoordde hem dat
hij genezen zou worden door de genade van de ware God. Zijn vader, die dacht
dat hij kruiden zou gebruiken, zei hem niet zulke dingen te beloven, zodat
hij niet in diskrediet gebracht zou worden. Pantoleonta vertelde zijn vader
toe te kijken en hij zou óók genezen worden. Daarop maakte hij het kruisteken op de ogen van de man,
die onmiddellijk zijn gezichtsvermogen terugkreeg. Door dit wonder werden
zowel de man als zijn vader bekeerd en Pantoleonta nam beiden mee naar het
huis van Ermolaos om hen te laten dopen. Hierna verdeelde hij al zijn bezittingen onder de
gevangenen en armen en gaf al zijn dienaren de vrijheid. Vanaf dat moment
genas hij iedereen die naar hem toe kwam zonder betaling. In plaats daarvan
vroeg hij hen te geloven dat Christus hun ware Genezer was. De andere genezers in de stad raakten afgunstig en zochten
naar een manier om hem aan de keizer te verraden. Zij vertelden Maximian dat
Pantoleonta, de dokter die hij zelf opgeleid had, de christenen genas, die
door de keizer gemarteld waren en alle anderen, die bij hem kwamen om
genezing, bekeerde tot het christendom. Zij adviseerden de keizer zich van
Pantoleonta te ontdoen, vóórdat hij nog meer mensen kon bekeren. Als bewijs
werd de blinde man ontboden op het paleis, die vertelde door gebed tot
Christus te zijn genezen. Maximian antwoordde de man dat hij niet door
Christus, maar door de (af)goden was genezen. Daarop zei de man: “Mijn
keizer, u bent blinder dan ik ooit was. De goden die u aanbidt zijn vals!”. Maximian besefte dat de aantijgingen waar waren en liet de
blinde man onthoofden. Pantoleonta nam in het geheim het lichaam mee en
begroef het op een christelijke plaats. Pantoleonta werd op het paleis ontboden, waar de keizer de
aanklachten beschreef en hem beval een offer aan de (af)goden te brengen.
Deze stelde de keizer daarop voor om zijn afgoden tegen zijn God uit te
testen op een mens met een ongeneeslijke ziekte. Als zijn priesters hem niet
konden genezen, zou Pantoleonta tot zijn God bidden. Maximian ging akkoord en
een volledig verlamde man werd naar het paleis gebracht. De heiden-priesters
baden urenlang tot hun goden, maar er gebeurde niets. Daarna begon
Pantoleonta tot Christus te bidden en vroeg hem om genezing van de verlamde
man. Hij nam de man in zijn armen en zei: “In Naam van Jezus Christus, ik
beveel u te lopen”. De man stond op en
liep rond alsof hij nooit verlamd was geweest. Veel afgods-aanbidders bekenden toen hun geloof in
Christus. De priesters en dokters smeekten de keizer om Pantoleonta te
executeren, zodat het christendom niet aan populariteit onder het volk zou
winnen. Maximian probeerde zonder succes de jongeman te overtuigen
van zijn geloof af te stappen, waarna hij de opdracht gaf hem te martelen. Eerst bonden ze hem op een plank en scheurden zijn huid
met ijzeren klauwen open. Toen brandden de soldaten hem met hun toortsen.
Pantoleonta voelde geen pijn. Christus verscheen aan hem in de gedaante van
Ermolaos, die hem zei: “Wees niet bang, want Ik ben bij je en ik zal je
helpen in alles wat je moet doorstaan voor Mij”. Op dat moment raakten de armen van de soldaten plotseling
verlamd, de toortsen doofden en de wonden van Pantoleonta verdwenen. Maximian was furieus, liet een ketel vullen met kokende
teer en gaf opdracht Pantoleonta er in te zetten. Christus verscheen opnieuw
aan hem in de gedaante van Ermolaos en stapte samen met hem de ketel in. Het vuur
doofde onmiddellijk en de teer koelde af. Maximian beschouwde de wonderen nog steeds als magische
trucjes van Pantoleonta en liet hem, met een blok verzwaard, in de zee
gooien. Het blok werd echter zo licht als een veertje en ongedeerd liep hij
over het water terug naar de kust. De keizer weigerde nog steeds de kracht van de ware God te
erkennen en liet de meest woeste dieren naar de arena brengen. Ondertussen
liet hij Pantoleonta drie dagen in de gevangenis, in de hoop dat deze alsnog
van gedachten zou veranderen. Op de dag dat hij geofferd zou worden, stroomde de arena
vol met de inwoners van Nicodemia. Pantoleonta werd in de arena gezet en de
beesten werden op hem afgestuurd. Maar in plaats van dat de dieren hem
aanvielen, kwamen ze vredig op hem af en likten zijn voeten. De mensen
juichten en prezen God en Pantoleonta. Maximian was buiten zinnen van woede
en liet alle dieren afslachten. Daarna werd Pantoleonta aan nog meer martelingen
onderworpen. De paleis-ingenieurs ontwierpen een wiel, bonden hem er aan vast
en lieten het wiel van een heuvel af rollen om zijn lichaam aan stukken te
rijten. Hij bleef echter volkomen ongedeerd. Pantoleonta besloot Ermolaos naar het volk te brengen,
omdat zijn woorden nog veel meer heidenen tot het christendom konden bekeren.
Met drie soldaten ging hij naar het huis waar Ermolaos zich verscholen hield.
Deze zei tegen hem: “Ik heb op je gewacht. Ik weet dat het tijd is om voor
Christus te sterven”. In het paleis vroeg de keizer Ermolaos of deze nog andere
christenen verborgen hield en deze antwoordde dat er nog twee in zijn huis
waren: Ermocratis en Ermippon. De keizer liet ook deze twee naar het paleis
komen, waar ze hun christen-zijn bekenden. Maximian vertelde hen dat ze in
een valse god geloofden, maar Ermolaos vroeg hem: “Wat zou u van uw goden
denken als ze werden vernietigd?”. Precies op dat moment kwam er een
boodschapper en vertelde de keizer dat alle afgodsbeelden in de tempel waren
gevallen en verbrijzeld. Maximian liet de drie heilige mannen martelen en daarna
onthoofden. De lichamen werden in het geheim meegenomen door andere
christenen en met eer begraven. Pantoleonta werd opnieuw bij de keizer gebracht, die hem
vertelde dat zijn vrienden offers aan de (af)goden hadden gebracht en waren
vrijgelaten. Ook Pantoleonta zou worden vrijgelaten als hij hetzelfde deed.
Deze wist dat de keizer hem probeerde te bedriegen en hij vroeg of hij zijn
vrienden mocht zien. Toen hem verteld werd dat ze naar een andere stad waren
gestuurd, wist hij dat ze gestorven waren. Daarop veroordeelde de verslagen keizer hem ter dood.
Pantoleonta zou onthoofd worden en
zijn lichaam verbrand. De heilige werd meegenomen en aan een olijfboom
vastgebonden. Toen de soldaat zijn zwaard hief om hem te onthoofden, smolt
het zwaard alsof het van was leek te zijn. De soldaten vielen op hun knieën
en bekeerden zich tot Christus. Pantoleonta
bad voor hen en vergaf hen hun zonden. Een stem antwoordde hem toen:
“Alles waar je om vroeg is toegestaan. Van nu af aan zul je niet als
Pantoleonta, maar als Panteleimon (Al-Genadige) bekend staan”. Panteleimon
overtuigde de soldaten hem te onthoofden, zodat hij de kroon van het
martelaarschap zou krijgen. Na hem gekust te hebben, onthoofdden zij hem op
27 juli in het jaar 304 A.D. (sommige bronnen vermelden 305 A.D.). Zoals bij vele andere heiligen stroomde er eerder melk dan
bloed uit zijn wond. De olijfboom waaraan hij was vastgebonden stond
onmiddellijk in bloei en droeg meteen fruit. De keizer, die hiervan hoorde,
beval dat de boom werd omgehakt en het lichaam verbrand. Maar de soldaten
keerden niet terug naar het paleis. Samen met andere christenen namen ze het
heilige lichaam, wreven het in met mirre en begroeven het buiten de stad in
de plaats genaamd de Geleerde Adamantinen. Later zijn de overblijfselen naar Constantinopel gebracht.
In de 12e eeuw werden deze door de Kruisvaarders uit
Constantinopel meegenomen. Het merendeel van de overblijfselen zijn
tegenwoordig in het klooster van Sint Denyr, vlakbij Parijs, Frankrijk. Het
hoofd van de heilige verblijft in Lyon, Frankrijk. Zijn relieke arm werd in
1920 door Walter’s Art Gallery in Baltimore, Maryland, gekocht van een
handelaar genaamd Harding. Daarvóór was de arm in de collectie van Robert Hoe
in New York. Veel zieken bidden tot Panteleimon om genezing. Hij
schijnt zich vooral te bekommeren om mensen met een verlamming. Sint Panteleimon wordt als gelijkwaardig gezien aan de
Welwillende Heiligen Cosmas en Damianos, en aan Kyros en Johannes |
bravenet.com